IMG_5082

Slechte Dief

In een uitgestorven docentenkamer stond ik te wachten op een docent. Op de koffietafel zag ik paperassen liggen die voor mijn proefwerk Duits ondersteunend zouden kunnen zijn. Mijn handen werden klam. Ik observeerde de docentenkamer als een professionele inbreker, Links ,rechts, voor en achter me zag ik niemand. Ik griste het papiertje weg en stopte het in mijn broekzak. Mijn hart maakte overuren.

Tien minuten later stond ik buiten de schoolmuren en liet ik het aan een meisje uit m’n klas zien.
“Wow Karel, jij durft! Hoe heb je dat gedaan?”
Ik vertelde trots hoe ik te werk was gegaan.
Toen bekeek ze het papiertje goed en zag ze dat deze informatie ons totaal niet verder zou helpen; “Dit zijn wel de vragen van het proefwerk, maar die hadden we vorige week al gekregen! Hier hebben we niks aan!”
Al mijn moed en trotsheid werd gedegradeerd tot schaamte en hard gelach van het meisje. Terecht. Ik lachte maar heel hard mee om mijn stommiteit te verdoezelen.

Als ik iets steel of probeer te frauderen waar mijn hart van overslaat dan weet ik dat het misgaat. Ik ben zo’n slechte dief. Ik kan het gewoon niet.

Mijn oom heeft te maken met creatieve en lieve dieven. Hij rijdt op de bus en kreeg in de “strippenkaarttijd”, (voor wie wordfeud speelt; ik zou m proberen!) een man voor zich die heel hard had gerend om de bus te halen. De man pakte zijn strippenkaart uit z’n zak en had nog maar een strip over. Daar kon je helemaal niks mee, mits je nog een kaart had maar die had hij niet.
“Zou ik alsjeblieft mee mogen?” vroeg de man.
Mijn oom twijfelde even, gaf toen de hardste klap met zijn stempel die hij ooit had gegeven en zei:
“Wel een staanplaats!”

De man vond het fantastisch.
Hij bleef naast mijn oom staan en vertelde dat hij net in de Jamin stond en hij stiekem een snoepje in zijn mond wilde stoppen. Toen hij de smurf net naar binnen gooide ging het alarm af! Hij schrok zich dood en spuugde uit een natuurlijke reactie de smurf weer uit en stopte hem terug tussen de andere smurfen.
“Ja ik wil niet opeens moeten zitten in de bak weetje”
“Logisch” zei mijn oom.

Het kan ook anders. Een collega van mijn oom is een vrij adrem figuur, een echte Amsterdammer en kent zijn pappenheimers. Hij zit op de nachtdienst en begint op het Leidseplein. Er komt een beschonken Turkse meneer binnenstappen en legt zijn strippenkaart klaar om te stempelen. De buschauffeur vraagt:
“Waar moet je heen?”
“Naar huis”
“Dat is tweeduizend strippen man, dat red je niet met deze kaart!”
Er wordt door beide heren hard gelachen.

Moraal van het verhaal; als je illegale zaken doet en je merkt dat je gepakt wordt, of dat je eigenlijk iets gedaan hebt wat totaal nergens op slaat, geeft het toe en los het op met een lach.
Want lachen is leuk!

—————————————————————————————————————————–

De Wikiliekse Wiki!
Met deze week: “Hiëronymus Hoppenbrouwers”

Hiëronymus Hoppenbrouwers leefde van 1860 tot 1941 en was abt bij de Abdij van Grimbergen. Hij werd geboren als Ludovicus Hoppenbrouwers.

Je kan dus echt zo heten! Hiëronymus Hoppenbrouwers! Eerst nog Ludovicus, maar dan denken; “Nou weet je wat, Hiëronymus is makkelijker”. Hoe verzin je het. Ik denk dat hij mensen met zijn voor en achternaam wilde laten lachen. Als je de twee eerste letters van zijn voor en achternaam samenvoegt is het in elk geval al leuk. HH!

Tot volgende week,

K.

 

 

Deel dit bericht