IMG_0769

Tafel 20

“Zeg jij bent ons al de hele tijd aan het bedienen enzo hè, maar hoe heet je eigenlijk?”
“Ik heet Karel.”
“Oke! Hallo Karel.”
“Hoi tafel 20!”

Ze wilden een stoel neerzetten op een plaats waarvan ze zelf al wisten dat ze dat niet mochten doen van de Gemeente Amsterdam.

“Een hele goede middag, volgens mij weten jullie wat ik ga zeggen toch?”
“Ja! Maar we moeten het toch proberen? We willen met jou die discussie zo graag aan! Zo is het het fijnst zitten, dat weet iedereen. Maar ze hebben ook wel gelijk die gasten van de gemeente. Er moeten hier kinderwagens en gehandicapten langs kunnen. Terecht. We gaan verplaatsen hoor.”

Toen werden ze tafel 20.
Elke keer als ik langsliep met mijn dienblad met lege en volle glazen, volgde er een adremme woordenwisseling die bij beide partijen sfeerverhogend werkte.
Tot het moment dat ik bij tafel 24 stond.
Mijn collega liep achter mij langs en zei geheimzinnig in mijn oor: “Karel, tafel twintig wil even met je spreken”.
“Hoezo?”“Ja ze zeiden expliciet; wij willen dit even met Karel bespreken.”
“Oke. Ik ga er zo wel even heen.”

Ik liep terug, zette mijn dienblad neer en leunde lekker joviaal, zoals de obers dat tegenwoordig doen, tegen een lege stoel aan en sprak uiterst nonchalant:
“Nou tafel 20, zeg het maar. Wat is het probleem?”
“Karel, kijk nou effe.”

Ze liet me een bakje chips vol met gruis zien.
Het is de bedoeling dat je die chips met een dipsausje nuttigt, maar op het moment dat je die chips zou dippen, dan ben je eerder je vingers aan het aflikken dan chips aan het dippen.
Ik liet mijn dienblad staan, nam het bakje gruis van haar over en maakte direct voor haar een nieuwe.
Ik liep terug zette het verse bakje chips op de tafel en kreeg applaus.
Andere tafels van het terras keken verbaasd om.

Ik maakte graag van deze gelegenheid gebruik, en maakte een buiging naar iedereen. Dit leverde nog meer applaus op. Terwijl mensen niet eens wisten waar er voor geklapt werd.
Zo werkt dat met applaus.
Tafel 20 juichte en was in een opperbeste stemming.

Mijn dienst zat erop.
Ik was klaar en zat op een klein tafeltje te genieten van een welverdiende Ice Tea.
Mijn collega die mijn terrasdienst had overgenomen liep naar mij toe en zei: “Eh Karel, tafel 20 is het er niet echt mee eens dat jij nu opeens weg bent. Je hebt ook niet eens afscheid van ze genomen.”
“Oke. Ik ga er wel effe langs dan.”

“Oh! Je bent klaar met werken! Kwam je niet eens effe gedag zeggen!”
“Ja ik heb erover getwijfeld om effe langs te komen, maar jullie zijn toch ook lekker aan het borrelen. Komt er opeens een nieuwe invloed bij waar jullie misschien helemaal niet op zitten te wachten.”
“Hup erbij en gezellig! Geef die jongen wat te drinken!”
“Leuke tafel zijn jullie!”

Tot volgende week,

K.

Deel dit bericht