foto

Was ik maar een Amsterdamse fietser

Wat is het fijn om te fietsen denk ik vaak. Muziekje in, november zonnetje in de smoel en fietsen maar! Fietsen in Amsterdam is “Gewoon doen”.
Het is een grote chaos en als je daar niet aan meedoet ben jij degene die aangekeken wordt als het misgaat. Als fietser in Amsterdam hoort onzekerheid er niet bij. Elke beslissing wordt zonder twijfel genomen: “Gewoon doen”.

Het leven van de Amsterdamse fietser!

Stoplichten? Bestaan niet.
Gevaarlijke kruispunten? Bestaan niet.
Tegen het verkeer in? Normaalste zaak van de wereld.

Nu noem ik drie dingen die wel degelijk een probleem kunnen veroorzaken, maar op de een of andere manier kan de Amsterdamse fietser hier geweldig goed mee omgaan.
Hij kan de situatie zo inschatten dat hij zonder kleerscheuren aan de overkant aan kan komen. Als fietser durf en kan ik dat wel, maar waarom durf en doe ik dat niet als mens?

Het zou toch heerlijk zijn om in het dagelijkse leven zonder enige angst of twijfel een antwoord te kunnen geven? Mijn opgedane kennis of ervaring gewoon op tafel te kunnen gooien en niet steeds van die laffe antwoorden te geven: “Ja ik denk dat het zo is maar ik weet het niet zeker”. Dat ik op beduidend simpele vragen heel vaag en omslachtig ga antwoorden.
Altijd die slag om de arm, altijd die (onnodige) twijfel. “Doe ik het wel goed?”

Als fietser ben je nooit bang om het niet goed te doen, je doet het gewoon.
Heerlijk.
Het vreemde is wel dat in vergelijking met de Amsterdamse fiets mijn lichaam een stuk zekerder oogt:

-Verlichting? Doet het niet.

-Standaard? Afgebroken.

-Spatbord? Rammelt.

-Bagagedrager? Instabiel.

-Versnelling? Geen.

-Rem? Terugtrap.

-Bel? Schreeuwen of fluiten.

-Slot? Hangt om je nek.

-Banden? Zacht.

Mijn fiets zegt: “Zie je Karel, het maakt helemaal geen fuck uit.”
Je moet “Gewoon Doen”.

Tot volgende week,

K.

Deel dit bericht